Bezoek aan de huisarts

 

Wanneer er een vermoeden is dat er iets mis is (het niet pluis gevoel), dient in eerste instantie de huisarts te worden ingeschakeld. Om een beeld te krijgen zal de huisarts eenvoudige vragen stellen aan de patiënt om te kijken hoe het geheugen functioneert.


Voor het stellen van de diagnose is het van belang dat de huisarts ook aan iemand uit de directe omgeving van de patiënt vraagt welke stoornissen, taalproblemen en veranderingen in gedrag er zijn. Dit wordt de heteroanamnese genoemd en helpt de arts een beter beeld te vormen van de situatie.


Na dit eerste gesprek kan de huisarts voor het stellen van een diagnose u doorverwijzen naar een specialistische instelling. Daar is bij het stellen van de diagnose een team van medisch deskundigen betrokken.


In een specialistische instelling wordt de diagnose bevestigd en vastgesteld om welke vorm van dementie het gaat.


In het hoofdstuk “Doorverwijzing en verder onderzoek” kunt u hier meer over lezen.


Soms merkt degene met geheugenproblemen zelf niet dat er wat aan de hand is of hij ontkent de problemen en doet zich beter voor dan hij is. Dan is het voor de mantelzorgers lastig om hun verhaal te doen bij de huisarts. Mantelzorgers voelen zich dan al gauw schuldig dat ze achter de rug om van hun partner/vader of moeder over hem of haar gaan praten. Toch is het voor de huisarts van groot belang dat de mantelzorgers hun verhaal vertellen. De huisarts kan hierdoor een betere inschatting maken van de situatie en het gedrag van de patiënt. Bovendien is het in het belang van de patiënt dat de mantelzorgers tijdig voldoende steun krijgen om de zorg vol te houden. De huisarts kan ondersteuning bieden in de vorm van gesprekken met hem/haarzelf of met iemand werkzaam in de geestelijke gezondheidszorg.



Kunt u niet de

informatie vinden

die u zoekt,

neem dan contact op