Doorverwijzen en verder onderzoek

 

De huisarts kan voor bevestiging diagnose dementie of voor verder onderzoek doorverwijzen naar een gespecialiseerde instelling.


Voorbeelden van een dergelijk gespecialiseerde instelling zijn:

  • de afdeling neurologie van een (academisch) ziekenhuis
  • een geheugenpoli (kliniek)
  • de afdeling ouderen van een Geestelijke GezondheidsZorg instelling (GGZ)
  • een ambulant geriatrisch team van een verpleeghuis 

 

Eén deskundige is meestal niet voldoende om de diagnose 'dementie' te stellen. Er zijn meerdere deskundigen voor nodig, elk met een andere achtergrond. De diagnose wordt veelal gesteld door een multidisciplinair samengesteld team. Hierin zitten meestal verschillende artsen(geriater en/of neuroloog of een specialist ouderengeneeskunde,), een psycholoog, een maatschappelijk werkende en een verpleegkundige.


De reden dat meerdere deskundigen in dit verband samen werken is dat de diagnose dementie 'bij uitsluiting' wordt bepaald. Hier¬mee wordt bedoeld dat bij verdenking van dementie men in eerste instantie altijd dient te onderzoeken of aan de geconstateerde verschijnselen geen lichamelijke, psychische of psychosociale oorzaken ten grondslag liggen.


Een arts heeft bijvoorbeeld de taak lichamelijke oorzaken uit te sluiten. Hij zal daarom nagaan of de verwardheid niet wordt veroorzaakt door schildklierafwijking, een vitamine-b tekort of een ander lichamelijke oorzaak.


De psycholoog en/of psychiater kijkt of er geen psychische oorzaak in het spel is, bijvoorbeeld een depressie.


De maatschappelijk werkende heeft vooral als taak (psycho)sociale oorzaken uit te sluiten, denk bijvoorbeeld aan vereenzaming.


De genoemde professionals
verzamelen tegelijkertijd, ieder vanuit zijn eigen invalshoek, gegevens welke noodzakelijk zijn voor het vaststellen van de diagnose: gegevens over de ziektegeschiedenis, gedragsveranderingen, draaglast van de familie en mogelijkheden voor ondersteuning, begeleiding en verzorging, intellectueel functioneren, gegevens over het dagelijks functioneren etc. 

       
De volgende onderzoeken worden gedaan

 

  • Bloedonderzoek: om uit te sluiten dat vitaminetekort, bloedarmoede, suikerziekte of ziekten aan organen zoals de schildklier, de nieren of de lever de oorzaak van de klachten is.
  • Neurologisch onderzoek: hierbij wordt de werking van het zenuwstelsel onderzocht.
  • Neuropsychologisch onderzoek: een gesprek met een psycholoog waarbij met behulp van allerlei testen bepaalde functies van de hersenen onderzocht worden.
  • Beeldvormend onderzoek (MRI of CT-scan): hierbij worden een soort foto van de hersenen gemaakt en kunnen bijvoorbeeld hersentumoren of hersenbloedingen worden opgespoord.
  • EEG (hersenfilmpje): hierbij wordt de hersenactiviteit gemeten. Met behulp van deze techniek kan een depressie of een epileptische aandoening worden vastgesteld.


Op basis van de (bovenstaande) onderzoeken en gesprekken stelt het team vast of er sprake is van dementie en welke vorm van dementie het is.

 

Een overzicht van verwijsmogelijkheden van diagnostiek bij geheugenproblemen, vindt u op de website http://www.transmuralezorg.nl/content/view/224/303/


Voor een bezoek aan een instelling die de diagnose dementie kan stellen, is het altijd goed dat de huisarts u verwijst en dat hij op de hoogte is. Een verwijzing is niet voor elke instelling noodzakelijk.

 

 

    terug naar boven 



Kunt u niet de

informatie vinden

die u zoekt,

neem dan contact op