Persoon met dementie

De laatste levensfase bij dementie

Afscheid nemen en verdriet

Bij dementie merk je dat je steeds minder dingen kunt doen. Dat kan voelen alsof je stap voor stap afscheid neemt van wat vroeger vanzelf ging. Dat is verdrietig, en het is normaal om te rouwen om wat je kwijt bent geraakt.

Soms merk je zelf dat je achteruitgaat, maar soms ook niet. Dat kan voor jou rustiger voelen, maar het kan voor je familie of vrienden moeilijk zijn om te zien. Zij willen graag helpen en er voor je zijn. Je staat er niet alleen voor — er zijn mensen om je heen die met je meedenken en samen zoeken naar wat nog wél goed gaat, zodat deze tijd zo prettig mogelijk kan zijn.

De laatste levensfase

In het laatste stadium van dementie verandert er veel. Je kunt moeite krijgen met eten en drinken, pijn hebben of sneller ziek worden, bijvoorbeeld door een longontsteking. Dat hoort bij dit stadium van de ziekte. Je hebt dan steeds meer hulp nodig van zorgverleners. Zij doen hun best om je klachten te verminderen en je zo comfortabel mogelijk te laten voelen.

Het is fijn als je – liefst al eerder in het ziekteproces – nadenkt over wat jij belangrijk vindt in deze fase.
Denk bijvoorbeeld aan:

  • Wie er bij je mag zijn;

  • Hoe je verzorgd wilt worden;

  • Wat je wel of juist niet meer wilt laten doen.

Je wensen kunnen in de loop van de tijd veranderen. Dat is niet erg. Praat erover met je naasten of met je zorgverlener, zodat zij weten wat je wilt en daar rekening mee kunnen houden.

Zo comfortabel mogelijk sterven

De zorg in de laatste levensfase heet palliatieve zorg. Deze zorg is bedoeld om je leven zo comfortabel mogelijk te maken en om te zorgen dat je geen pijn of angst hebt. De zorgverleners stemmen alles goed af met jou en met je naasten. Zij kijken steeds of er iets moet worden aangepast, zodat jij je zo prettig mogelijk blijft voelen.

Ook in deze tijd blijven je naasten belangrijk. Zij mogen meedenken en helpen bij beslissingen over jouw zorg.

Vragen over het leven en spiritualiteit

Sommige mensen hebben in deze fase behoefte om te praten over het leven, over geloof of over wat er na de dood komt. Als je dat wilt, kun je praten met een geestelijk verzorger — iemand die ervaring heeft met zulke gesprekken. Dat kan thuis of in een woonzorgcentrum.
Er zijn ook vrijwilligers die steun bieden aan jou en je familie, gewoon door er te zijn en te luisteren.

Palliatieve sedatie

In de laatste dagen van het leven kun je veel pijn, onrust of angst ervaren. Als gewone medicijnen niet meer helpen, kan de huisarts samen met jou en je familie besluiten tot palliatieve sedatie.
Je krijgt dan een medicijn waardoor je rustig in slaap valt en geen pijn of angst meer voelt. Dit gebeurt alleen als:

  • De arts verwacht dat je binnen twee weken overlijdt;

  • De klachten niet op een andere manier verlicht kunnen worden.

Voordat je dit medicijn krijgt, is er tijd om afscheid te nemen van de mensen die belangrijk voor je zijn. Dat moment van samenzijn en uitspreken wat je nog wilt zeggen is heel waardevol.

Handige links