Mantelzorger

Diagnosefase – duidelijkheid voor jou en je naaste

In deze periode onderzoekt een arts wat er precies aan de hand is met uw naaste. Misschien merkt u dat het geheugen slechter wordt of dat het gedrag verandert. U vraagt zich dan af wat er aan de hand is. Een vroege uitslag kan veel onzekerheid wegnemen. Het geeft duidelijkheid over de oorzaak. Ook is het dan mogelijk om op tijd de juiste zorg en hulp te regelen.

Wat kunt u doen?
De eerste stap is een afspraak maken bij de huisarts. De huisarts kijkt wat de oorzaak kan zijn van de veranderingen die jij ziet. Soms doet de huisarts zelf testen voor het geheugen. In andere gevallen krijgt u een verwijzing naar een geheugenpoli of naar een specialist. Dit is bijvoorbeeld een geriater of een neuroloog.
Niet iedereen krijgt dezelfde onderzoeken. De arts kijkt goed naar wat nodig is in de situatie van uw naaste.
Een casemanager dementie kan u en uw naaste in deze fase helpen. Deze persoon legt uit wat de onderzoeken betekenen. Ook helpt de casemanager bij de uitslagen en de stappen die daarna komen.

Als uw naaste geen onderzoek wil
Het gebeurt vaker dat iemand met problemen met het geheugen geen onderzoek wil. Dat kan komen door angst of onzekerheid. Soms wil iemand het zelf nog niet geloven. Blijf in dat geval rustig en heb geduld. Geef de ander de tijd om aan het idee te wennen. Soms helpt het om er later nog eens over te praten. U kunt ook vragen of een ander familielid wil meepraten. U kunt ook hulp vragen aan de praktijkondersteuner van de huisarts, de casemanager dementie of aan een ouderenadviseur. Zij weten hoe ze op een rustige manier een gesprek kunnen beginnen over gezondheid en ouder worden.

Als de diagnose gesteld is
De diagnose ‘dementie’ roept vaak veel emotie en vragen op. Het is belangrijk om te weten dat u er niet alleen voor staat. Er zijn deskundigen die helpen bij:

  • het begrijpen van de diagnose;
  • het regelen van zorg en hulp;
  • het voorbereiden op de toekomst.

Als u de uitslag vroeg weet, is er tijd om samen belangrijke keuzes te maken. Denk aan keuzes over zorg, wonen en geld. Dat kan dan nog terwijl uw naaste dit zelf goed kan beslissen.

“Toen we eindelijk wisten wat er aan de hand was, gaf dat rust. We begrepen elkaar beter en konden weer naar de toekomst kijken.”

Overige aandachtspunten

  • Soms komt uit het onderzoek dat er sprake is van MCI (Mild Cognitive Impairment). Dat betekent dat er lichte problemen zijn met het geheugen, maar dat het nog geen dementie is. De arts blijft de situatie dan volgen;
  • Let op de veiligheid en het welzijn van uw naaste. Kleine hulpmiddelen in huis of geheugensteuntjes kunnen al veel helpen;
  • Bij de diagnose dementie of MCI moet uw naaste dit doorgeven aan het Centraal Bureau Rijvaardigheid (CBR). Dit is nodig vanwege de veiligheid bij het autorijden;
  • Bespreek samen hoe jullie de toekomst voor zich zien. Dat geeft rust en zorgt ervoor dat uw naaste zo lang mogelijk zelf de regie houdt.

Meer weten?