Professional

Niet pluis-fase

Vroegtijdig signaleren
In de niet-pluisfase is de diagnose dementie nog niet gesteld, maar de persoon zelf, de naasten of zorgverleners merken wel veranderingen. Het is belangrijk om signalen in deze fase te herkennen. Hoe sneller er duidelijkheid is, des te eerder kan passende zorg, ondersteuning of behandeling starten.

Vergeetachtigheid of ander gedrag kan verschillende oorzaken hebben. Het hoeft niet altijd dementie te zijn. Denk aan depressie, stress, bijwerkingen van medicijnen of andere lichamelijke ziekten. Ga hierover in gesprek met de persoon zelf en de familie. Verwijs als het nodig is door naar de huisarts voor verder onderzoek.

Signalen die kunnen wijzen op dementie
Professionals spelen een belangrijke rol bij het herkennen van vroege signalen. De volgende veranderingen kunnen wijzen op (beginnende) dementie:

  • Geheugen en verwardheid: afspraken vergeten, verhalen steeds opnieuw vertellen, spullen kwijtraken, verdwalen in de buurt of dingen vergeten die kort geleden zijn gebeurd;
  • Dagelijks handelen: minder goed voor zichzelf zorgen, moeite hebben met de administratie of geldzaken, en minder zin hebben in klusjes in huis;
  • Zorg en ondersteuning: geen hulp willen aannemen of ontkennen dat er iets aan de hand is;
  • Gedrag en karakter: onaardig of prikkelbaar gedrag, achterdocht, minder empathie, passiviteit, zich terugtrekken, grenzeloos gedrag of hallucinaties.

Let daarnaast op algemene signalen. Denk aan veranderingen in de manier van bewegen, anders lopen, verwardheid of opmerkingen vanuit de omgeving.

Samenwerken en doorverwijzen
Het herkennen van signalen is een taak voor alle professionals in de zorg en het welzijn. Of u nu werkt in de thuiszorg, bij een sociaal wijkteam, in de eerste lijn of in het ziekenhuis: goed letten op veranderingen bij cliënten kan veel betekenen voor het op tijd starten van onderzoek en begeleiding.

Betrokken professionals kunnen hun bevindingen bespreken met de persoon en de naasten, en het belang van verder onderzoek uitleggen. Als er nog geen hulpverlener betrokken is, kan een huisbezoek door de huisarts, praktijkondersteuner, wijkverpleegkundige of ouderenadviseur helpen.

Een casemanager dementie kan in deze fase al steun bieden door te helpen bij de weg naar onderzoek, het geven van informatie en het begeleiden van de persoon met een vermoeden van dementie en de naasten.

Voorlichting en ondersteuning
Verwijs mensen naar betrouwbare informatie. Denk aan de voorlichting en materialen van Alzheimer Nederland of deze website. Op tijd herkennen en goede uitleg kunnen onzekerheid verminderen en zorgen voor passende vervolgstappen.

“Een vroeg gesprek over zorgen en bevindingen kan veel spanning wegnemen voor de persoon zelf, maar ook voor de naasten.

Als professional maakt u daarin echt het verschil.”

Informatiegids
De informatiegids Dementie vanuit het Netwerk Dementie Haaglanden helpt bij het informeren van mensen met dementie en hun naasten. De gids beoogt alle benodigde informatie over dementie en de vervolgstappen hierin samen te vatten.

Meer weten?